Ons stress systeem

Themamaand: trauma/ptss | blogschrijver: Corine de Visser 


Ons stress systeem:
Gevaar hoort bij het leven. Onze hersenen zijn steeds bezig om gevaar in onze omgeving op te pikken en hier een reactie op te geven. We nemen al deze indrukken waar via onze ogen, neus, oren en huid. In onze hersenen komen al deze indrukken samen in de thalamus, een gebied in het limbisch systeem.


Je kunt de thalamus als de ‘kok’ van onze hersenen beschouwen: De thalamus verzamelt alle binnenkomende ‘ingrediënten’ (waarnemingen) en ‘roert’ deze tot een goedgemengde autobiografische soep. De waarnemingen worden vervolgens door de thalamus in twee richtingen doorgegeven: naar beneden, naar de amygdala (twee kleine amandelvormige structuren diep in het limbische onbewuste brein) en naar boven, naar de frontale hersenkwabben, waar ze onderdeel worden van ons bewustzijn. Tijdens een overweldigende, bedreigende ervaring is de ‘benedenroute’ naar de amygdala razendsnel. De ‘bovenroute’ naar de frontale cortex duurt enkele milliseconden langer.


De amygdala kun je zien als de ‘rookmelder’ van onze hersenen: Ze stellen vast of binnenkomende informatie van belang is om te overleven. Dit gebeurt snel en automatisch en maakt gebruik van de feedback van de hippocampus, een nabij gelegen hersenstructuur die nieuwe informatie vergelijkt met ervaringen uit het verleden. Als je dus in het heden een ervaring meemaakt die doet denken aan een nare ervaring uit het verleden, dan kun je in het heden reageren alsof het weer de situatie van toen is. Wat iemand in het nu waarneemt, raakt onbewust een pijnplek en van daaruit schiet iemand in zijn afweer (overlevingsstrategie), zodat hij zijn (oude) pijn niet hoeft te voelen. Er komt een vecht-vlucht reactie op een situatie die niet meer actueel is. De amygdala reageren al, voordat er een bewuste reactie komt.


Als de amygdala gevaar detecteren, dan sturen ze onmiddellijk een boodschap naar de hypothalamus en de hersenstam om het stresshormoonsysteem en het autonome zenuwstelsel op te roepen om een lichamelijke reactie in gang te zeten. Het lichaam gaat stresshormonen aanmaken (o.a. adrenaline en cortisol), om zich voor te bereiden op het vechten, vluchten of bevriezen. Het zenuwstelsel staat dus in de ‘alarm stand’. Hierdoor voelt iemand allerlei stressreacties in zijn lichaam, zoals een versnelde hartslag (eventueel met hartkloppingen en pijn op de borst), verhoging van de bloeddruk, de ademhaling versnelt, de pupillen worden groter, iemand kan meer gaan transpireren om oververhitting te voorkomen en de bloedtoevoer naar de huid en buikorganen wordt verminderd. Daarbij kan iemand ook verschijnselen krijgen als benauwdheid, duizeligheid, het gevoel hebben dat hij gaat flauwvallen, bleek worden, tintelende handen en voeten, en een droge mond.


Doordat de amygdala informatie een fractie sneller krijgen en verwerken dan de frontale hersenkwabben, nemen zij de beslissing of de binnenkomende informatie een bedreiging voor ons vormt nog voordat we ons bewust worden van het gevaar. Tegen de tijd dat we ons bewust worden van wat er gebeurt, is ons lichaam mogelijk al actie aan het ondernemen.


Zodra het gevaar voorbij is keert het lichaam weer vrij snel terug naar de normale staat. Om de ontstane stresshormonen kwijt te raken, is het belangrijk om voor voldoende lichaamsbeweging te zorgen. Je hebt je lichaam immers ‘op scherp gezet’ om te vechten of te vluchten.
Vandaag de dag hebben we vaak spanning zonder dat daar een fysieke ontlading tegenover staat. Als je de stresshormonen in je lichaam onvoldoende kwijt raakt en zij zich in de loop der tijd ophopen, dan kan dit tot diverse stressklachten leiden.


De frontale hersenkwabben, en dan met name de mediale prefrontale cortex vlak boven onze ogen, kun je zien als de ‘wachttoren’ van ons brein. Ze kunnen de situatie vanaf grote hoogte overzien. Zo kunnen zij zich afvragen: ‘Ik ruik rook, is dit een huis dat in brand staat of brandt het vlees in de pan aan?’.


De amygdala vragen zich zulke dingen niet af, maar zorgen er simpelweg voor dat je klaar bent om te vechten of te vluchten, zonder dat de frontale hersenkwabben ook maar een kans hebben gehad om de situatie te beoordelen. Zolang iemand niet te angstig, verdrietig of geschokt is, kunnen de frontale hersenkwabben het evenwicht herstellen door je te helpen beseffen dat je reageert op een vals alarm en je helpen om de stressreactie stop te zetten. Onze ‘wachttoren’ is in staat om te zien wat er gaande is, kan relativeren en iemand kan zo een bewuste keuze te maken hoe hij op een bepaalde situatie reageert. Automatische reacties die zijn voorgeprogrammeerd in de emotionele hersenen kunnen zo onderdrukt, geregeld en veranderd worden. Als onze prefrontale hersenkwabben goed werken, zullen we bijvoorbeeld minder snel een kort lontje hebben naar de mensen in onze omgeving of kunnen we het gemakkelijker accepteren als er iets niet helemaal gaat zoals we dat zouden willen.


Raakt dit systeem echter defect, dan schieten we automatisch in een vecht- of vluchtmodus op het moment dat we gevaar detecteren. Bij een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) is het evenwicht tussen de amygdala (de ‘rookmelder’) en de mediale prefrontale cortex (de ‘wachttoren’) verstoort, waardoor het veel moeilijker wordt om emoties te reguleren en impulsen te beheersen.


Ook zorgt een inactieve dorsolaterale prefrontale cortex (twee witte gebieden aan de voorkant van de hersenen. Ook wel de ‘tijdwaarnemer’ genoemd) ervoor dat mensen hun gevoel voor tijd kwijt zijn, dat ze blijven vastzitten in het moment, zonder een besef van verleden, heden en toekomst.


Uit onderzoeken is gebleken dat intense angst, woede en verdriet zorgen voor een toename in de activering van de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor emotie en voor een afname van de activiteit in diverse gebieden in de frontale hersenkwabben, met name in de mediale prefrontale cortex. Het remmend vermogen van de frontale hersenkwabben wordt dus verstoord. Hierdoor kunnen mensen bijvoorbeeld enorm schrikken van elk hard geluid, razend worden naar aanleiding van de kleinste tegenslagen of volledig verstijven als ze worden aangeraakt.


Om (traumatische) stress te kunnen begrijpen en behandelen, is het daarom essentieel om het verschil tussen de twee ‘regulatieroutes’ te kennen:


  • Regulatie van boven naar beneden (versterken van ‘wachttoren’):
  • o.a. via mindfulness, meditatie en yoga
  • Regulatie van beneden naar boven (autonome zenuwstelsel ‘herkalibreren’):
  • o.a. via de ademhaling, beweging of aanraking


Trauma en PTSS
Een trauma kan ontstaan wanneer iemand één of meerdere schokkende gebeurtenissen meemaakt, zoals een ernstig verkeersongeluk, een brand, het overlijden van een belangrijk persoon, seksueel misbruik of geweld. Of iemand een gebeurtenis als traumatisch ervaart, hangt vaak af van de mate van hulpeloosheid die iemand in deze situatie ervaart. Zo kan iemand een auto ongeluk krijgen, maar toch het gevoel hebben voldoende controle te hebben kunnen houden om erger te voorkomen, waardoor hij de gebeurtenis niet als traumatisch ervaart. Aan de andere kant kan iemand die bang is dat haar partner haar in elkaar slaat, terwijl dit uiteindelijk nooit daadwerkelijk gebeurt, dit wel als traumatisch ervaren, door de hulpeloosheid die zij op dat moment voelt.
Na een trauma geven mensen zichzelf soms de schuld. Dit is vaak een overlevingsstrategie, om de hulpeloosheid m.b.t. de traumatische situatie maar niet te hoeven voelen: als je zelf ergens schuld aan hebt, dan betekent dit immers dat je er zelf nog wat aan had kunnen doen. Het idee volkomen machteloos te zijn geweest is ondragelijk.


Buiten een gevoel van hulpeloosheid/machteloosheid en schuld, kunnen na een trauma ook problemen ontstaan op het gebied van zelfwaardering (‘ik ben dom/slecht’), kwetsbaarheid (‘dit kan mij overkomen, ik ben zwak’) en veiligheid (‘ik loop gevaar’).


Bij trauma wordt de overweldigende ervaring afgesplitst en versnipperd, zodat emoties, geluiden, beelden, gedachten en fysieke gewaarwordingen die verband houden met het trauma een eigen leven gaan leiden. Zolang het trauma niet is verwerkt, blijven de stresshormonen die door het lichaam worden afgescheiden om zichzelf te beschermen, in het lichaam circuleren en worden de verdedigingsmechanismen en emotionele reacties steeds opnieuw doorlopen en doorleefd (flashbacks en herbelevingen). Iemand begrijpt niet waarom hij reageert op kleine irritaties alsof hij op het punt staat om te worden vermoord.


Een gebeurtenis heeft normaal gesproken een begin en een einde. Op een bepaald moment is de gebeurtenis voorbij. Meestal zal het lichaam een traumatische ervaring zelf weten op te lossen via de REM slaap. Als dit niet lukt en iemand blijft na enkele maanden last houden van flashbacks en herbelevingen, dan spreken we van PTSS. Normale geheugenverwerking stagneert. Voortdurend vechten tegen onzichtbare gevaren is vermoeiend. Daardoor raken mensen vaak uitgeput, depressief en/of lusteloos. Zo’n situatie kan uiteindelijk tot een burn-out leiden.


Bij een trauma komen de indrukken van een overweldigende gebeurtenis via de ogen, oren, neus en huid binnen in de thalamus (de ‘kok’). De prikkels worden vervolgens razendsnel doorgestuurd naar de amygdala (‘de rookmelder’), die gevaar ruiken. Er wordt onmiddellijk een bericht naar de hypothalamus en hersenstam gestuurd om ervoor te zorgen dat er stresshormonen gereproduceerd worden die zorgen voor een vecht- en vluchtreactie.


De prikkels die bij een trauma binnenkomen zijn zo overweldigend, dat de thalamus als het ware ineenstort. Het ‘kookproces’ gaat mis: binnenkomende beelden, geluiden, geuren en gevoelens worden niet geïntegreerd. De verschillende prikkels worden als aparte fragmenten opgeslagen. De binnenkomende indrukken kunnen niet vertaald worden naar een samenhangende ervaring.
Zoals eerder genoemd is de ‘bovenroute’ naar de frontale cortex, die kan controleren of er daadwerkelijk gevaar is, iets trager dan de ‘benedenroute’ naar de amygdala. Als iemand niet al te erf overstuur is, dan kan onze ‘wachttoren’ ervoor zorgen dat iemand weer kalmeert. Bij mensen met PTSS werkt de ‘wachttoren’ echter traag of onvoldoende. Daarbij worden bij PTSS de hypocampus en de dorsolaterale prefrontale cortex (‘de tijdbewaarder’) onder invloed van stress-hormonen onderdrukt. Zij zorgen er normaal gesproken voor dat een ervaring een context en betekenis in ruimte en tijd krijgt. Het effect van dit alles is dat het trauma slechts gefragmenteerd wordt opgeslagen in het brein, geen context, tijd en betekenis krijgt en geen logisch verhaal wordt. Elke prikkel die lijkt op het trauma, kan leiden tot een flashback.


Mensen met onverwerkte trauma’s hebben er door hun overactieve amygdala (de ‘rookmelder’) last van dat hun amygdala simpele dingen al kan aanzien voor gevaar. Om met mensen om te kunnen gaan is het belangrijk dat iemand onderscheid kan maken tussen veilige en onveilige interacties. Mensen met een trauma interpreteren dingen sneller als gevaarlijk en voelen zich dus ook sneller onveilig.


Reacties die getriggerd worden door (herinneringen aan) het trauma kunnen op verschillende manieren voor de dag komen. Zo kunnen veteranen bij de minste externe prikkel, zoals een oneffenheid voelen in de weg of een kind op straat zien spelen, reageren alsof ze zich weer in een oorlogsgebied bevinden.


Symptomen van PTSS kunnen zijn:


  • Herbeleving (nachtmerries of flashbacks).
  • Vermijding van herinneringen of emotionele uitschakeling hiervan.
  • Zich emotioneel verdoofd voelen.
  • Ernstige prikkelbaarheid met slaapstoornissen.                  
  • Extreme spanning als gevolg van bepaalde prikkels.
  • Hevige schrikreacties.
  • Altijd waakzaam zijn.
  • Een ‘ik ben moe’-gevoel.
  • Zich hopeloos voelen.
  • Niet kunnen genieten of plezier hebben.
  • Snelle gedachtesprongen.
  • Gevoelens van uiteen vallen.
  • Negatief zelf- en/of wereldbeeld.


PTSS kan vaak goed behandeld worden met EMDR-therapie. Deze vorm van therapie helpt om het gestagneerde verwerkingsproces weer op gang te brengen. De gebeurtenis wordt hierdoor weer een logisch verhaal met een begin en een eind.


Bronnen:
Traumasporen – prof. dr. Bessel van der Kolk
Trauma & Regulatie – Upledger Instituut

corine de visser

Corine de Visser
Door mijn opleiding tot Psychodynamisch Therapeut kan ik met zowel coaching vragen als therapeutische vragen werken. Mijn brede opleiding stelt me in staat om snel tot de kern te komen en coaching op maat te leveren. Jij staat bij mij centraal. Samen gaan we kijken welke aanpak voor jou het beste werkt. Dit is voor iedereen anders.